Waardepapieren.

Wat is geld nou eigenlijk. Dat is de vraag die we onszelf eerst moeten stellen voordat we wat dieper in kunnen gaan op het probleem, en kunnen uitleggen wat een oplossing kan zijn voor dat probleem. Als we eerst eens kijken naar waar het woord geld vandaan komt zien we dat het van het oudnoorse woord ‘geldr’ komt, wat onvruchtbaar betekent. Geld is dus onvruchtbaar.

Aristoteles begreep dit en die had dan ook een hele eigen visie op geld. Hij was bijvoorbeeld ook tegen rente. ‘pecunia non pasrit’ – ‘geld jongt niet’, en ‘Nummus non parit nummos’ – ‘munten baren geen munten’. ‘Geld draagt geen vruchten en kan dus niet meer worden in zichzelf’. Stuk voor stuk allemaal rake uitspraken uit die tijd. Iets wat zichzelf niet kan vermeerderen is onvruchtbaar.

Als je mensen vraagt wat geld is zeggen ze vaak “geld is vertrouwen”. Dit is eigenlijk een hele gekke uitspraak want als geld vertrouwen zou zijn, waarom zitten er dan allemaal regels aan vast. En waarom zijn die briefjes dan zo ontworpen dat er allerlei merktekens in zitten wat de “echtheid” moet bepalen. Als geld vertrouwen zou zijn tussen mensen, zou dat niet nodig zijn. Sterker nog, als mensen elkaar daadwerkelijk zouden vertrouwen zou geld helemaal niet nodig zijn. Geld is dus geen vertrouwen, maar geld is naast onvruchtbaar dus vooral wantrouwen.

In de economische theorie is geld vooral een ruilmiddel. Geld is het smeermiddel om (zakelijke) transacties tussen mensen op een goede manier te laten verlopen. Iemand heeft een product en wil dat verkopen. De koper betaald de verkoper met die briefjes, erop vertrouwend dat hij met die briefjes bij een ander weer iets kan kopen. Simpeler wordt het niet.
Artikel 106 van onze grondwet zegt: de wet regelt het geldstelsel. Maar is dat wel zo? Regelt de wet het geldstelsel of regelen de machten die het geld beheren het geldstelsel en faciliteert de wet onder andere het criminele gedrag wat daaruit voortkomt?

Om het simpel te houden: Banken hebben het monopolie om geld te creëren geld uit het niets. Dat geld kunnen ze uitlenen en daar betaald de klant rente over. Dat geld is overigens geen geld, het is schuld. Ons hele geldstelsel is gebaseerd op schuld, er staat geen waarde tegenover. Dat monopolie wordt hen verschaft door de wetgever.
De wetgever, onze politici, zijn in de verste verte niet capabel genoeg om de louche praktijken in die sector in kaart te brengen, laat staan te snappen. De vraag is dan ook hoe je iets kan controleren wat je niet snapt. Zo kan een private sector z’n winsten in eigen zak blijven steken en de verliezen op de samenleving blijven afwentelen.


Probleem

Arbeid is het onderaan de streep eigenlijk het enige wat daadwerkelijk waarde heeft. Grondstoffen heb je niets aan als er niet iemand is die arbeid verricht, en dus energie steekt, om wat met die grondstof te doen. Arbeid is dus waardevol.
Heel vroeger werd arbeid dan ook voor arbeid geruild, in vorm van fysieke arbeid of een product waar de arbeid al inzat. Dat proces van waardebepaling tussen mensen die onderling handelden was dus eigenlijk een juridisch proces. Een contract met een waardebepaling. Ik doe zoveel uur arbeid voor jou, jij doet zoveel uur arbeid voor mij.
Toen bepaalde machten daartussen gingen zitten ging het fout. Arbeid uit de toekomst werd naar het nu gehaald, daar werd rente opgezet, en door te gaan samenwerken met Staten kon daar belasting op geheven worden. Van iedere 10 euro die verdient wordt raak je plusminus 7 kwijt aan (indirecte) belastingen en rente. Onderaan de streep hou je er dus 3 over. Je hebt dat tientje wel vast, maar in het grote geheel ben je daar al 7 euro van kwijt die vanzelf doorstroomt naar de Staat en naar de banken. Dat betekent dat 70% van jouw energie omgezet in euro’s verloren energie is. Energie waar een klein clubje mensen hartstikke rijk van worden.

Omdat dergelijke systemen volledig op basis van schuld en wantrouwen draaien zijn ze niet alleen kwetsbaar maar ook eindig. De bokkensprongen die nu steeds genomen moeten worden om dat systeem draaiende te houden gaan steeds meer ten koste van de mensen die al meer doen dan ze eigenlijk hoeven te doen. Door elkaar een beetje op te jagen, en door ons bewustzijn voeden met hebzucht en vooral behoudzucht rollen we nog wel een tijdje door. Maar iedereen weet dat er een einde aan komt. De machten werken wel aan een nieuw systeem maar dat gaat absoluut geen oplossing bieden. Sterker nog, dat zal dezelfde vorm van schuldslavernij zijn alleen dan in een moderner jasje.

Dwarskracht

Eerst moeten we eerlijk zijn. We kunnen een oplossing brengen voor het probleem, alleen niet iedereen ziet het probleem en tussen de mensen die het probleem wel zien zitten vooral mensen die helemaal geen oplossing willen. Door een oplossing in de vorm van een alternatief te bieden, creëren we juist een probleem voor hén. We moeten ons er dus goed bewust van zijn dat de mensen die nu de macht in handen hebben omdat zij het geldstelsel beheren en/of er nu juist van profiteren natuurlijk hun macht kwijtraken als we kiezen voor iets anders. Dat zal dus niet zonder slag of stoot gaan. Maar eerlijk duurt het langst.

Wat is dan eerlijk?
Zoals we al eerder vastgesteld hebben: arbeid is van echte waarde. Je hebt dus iets nodig wat die waarde direct vertegenwoordigt in plaats van iets wat die waarde omzet in schuld en manipuleerbaar is door een klein groepje mensen. Waar eurobiljetten (en dus ook die getallen op je bankrekening) schuld en wantrouwen vertegenwoordigen, moeten we naar een systeem waar we directe waarde kunnen uitwisselen zónder tussenkomst van private partijen of overheden. Het geldstelsel overdragen aan overheden -waar sommigen voor pleiten- is namelijk een nog slechter idee dan dat we nu hebben. Je geeft daarmee nog steeds de macht over jouw waarde, jouw energie, uit handen aan één partij. Een partij met notabene een geweldsmonopolie op de achterhand. Een partij die ook gewoon uit mensen bestaat en dus ook net zo onbetrouwbaar en vooral oncontroleerbaar is. Je blijft de macht hiermee de controle geven over jouw energie en dus over jouw leven.

Ieder mens is waardevol. Ieder mens kan iets, en ieder mens heeft talenten. Dit is geheel persoonlijk. Wat voor de een waardevol is, kan voor een ander waardeloos zijn. Dat is een kwestie van puur vraag en aanbod. Euro’s geven een fictieve gemanipuleerde waarde waar jij geen invloed op hebt. Jij staat er dus ook niet bij stil of datgene wat jij koopt de juiste prijs heeft. Je denkt in termen van ‘duur’ en ‘goedkoop’ ten opzichte van de euro’s die je hebt waarvan een ander de waarde bepaald. Wil je dat weer eerlijk maken en invloed kunnen hebben zouden we dus naar een systeem moeten streven waarin alles de juíste prijs krijgt. Het ‘iustum pretium’: wat is de juiste prijs? Wat heb jij mij te bieden en wat kan ik jou daarvoor terug geven. Heb je jezelf wel eens écht afgevraagd of jij de juiste prijs betaald voor iets?

Is een bakje druiven bij de groenteman voor de groenteman aan het begin van de dag hetzelfde waard als aan het eind van de dag, als hij er eigenlijk vanaf moet? En hoe ligt dat voor jou?